Het voedingsrecht van de vrouwelijke werkneemster is wettelijk verankerd
"Een medewerkster vraagt mij om haar in de gelegenheid te stellen moedermelk af te kolven. Nu ben ik niet de beroerste en zal ik dat haar ook wel toestaan. Wel vraag ik mij af of ik ook wettelijk verplicht ben aan dat wettelijk verzoek gehoor te geven en waarop dat dan is gebaseerd. Ook vraag ik mij af of ik haar gedurende de tijd die zij voor dit doel haar werk moet onderbreken salaris moet doorbetalen."
Het antwoord op die vraag is eenvoudig: Ja, u bent als werkgever verplicht uw medewerkster op haar verzoek in de gelegenheid te stellen moedermelk af te kolven of borstvoeding te geven. Uw medewerkster houdt recht op doorbetaling van het overeengekomen salaris. Dat is geregeld in de Arbeidstijdenwet. Om precies te zijn in het speciale hoofdstuk "voedingsrecht". Art 4:8 van de Arbeidstijdenwet bepaalt: "Een vrouwelijke werknemer, die een borstkind voedt, heeft, indien zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende de eerste 9 levensmaanden van dat kind het recht de arbeid te onderbreken ten einde in de nodige rust en afzondering haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven."
Aan het aantal en de duur van de onderbrekingen die nodig zijn om moedermelk te geven of af te kolven zijn vrijwel geen beperkingen gesteld, alhoewel anderzijds deze onderbrekingen niet ongelimiteerd mogen zijn. Hierover is in de Arbeidstijdenwet bepaald: "De onderbrekingen, bedoeld in het eerste lid, vinden plaats zo vaak en zo lang als nodig is doch bedragen gezamenlijk ten hoogste een vierde van de arbeidstijd per dienst. De vaststelling van het tijdstip en de duur van de onderbrekingen vindt plaats door de betrokken vrouwelijke werknemer na overleg met de werkgever." Daaraan is toegevoegd: "De duur van de onderbrekingen, bedoeld in dit artikel, gelden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als arbeidstijd, waarover de vrouwelijke werknemer haar aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon behoudt." De wetgever staat niet toe dat u hierover een afwijkende regeling overeenkomst, want: "Elk beding waarbij ten nadele van de vrouwelijke werknemer wordt afgeweken van dit artikel, is nietig."
De Arbeidstijdenwet verplicht voorts met zoveel woorden: "De werkgever (...) stelt, waar nodig, een geschikte af te sluiten besloten ruimte ter beschikking." Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft uitgewerkt wat zij onder "geschikt" verstaat, namelijk een ruimte waar geen gevaren aanwezig zijn en waar voldoende voorzieningen voor klimaatbeheersing en luchtverversing aanwezig zijn. Indien geen geschikte ruimte beschikbaar is, dient de werkgever de werkneemster in de gelegenheid te stellen thuis te voeden of te kolven.
Uit onderzoek van het Voedingscentrum is naar voren gekomen dat een kwart van de Nederlandse bevolking het niet vindt kunnen dat een collega haar werk onderbreekt om te gaan kolven of te voeden. Ander onderzoek toont echter aan dat een kind dat borstvoeding krijgt afweerstoffen ontvangt die het beschermt tegen allerlei ziektes en bovendien de kans verkleint op allerlei allergieen. Het verzuim van de moeder als gevolg van een ziek kind zal hierdoor volgens het Voedingscentrum aanzienlijk minder kunnen zijn.










