Europees Hof: Wachtdiensten draaien is arbeidstijd
Tal van beroepen zijn bekend met het fenomeen beschikbaarheids- of wachtdiensten. Zoals de arts die in het weekend in het ziekenhuis overnacht om bij een spoedgeval op elk moment opgepiept te kunnen worden. Of de brandweerman die uren op de kazerne rondhangt totdat er een brandmelding binnenkomt. Of de persfotograaf die zich op de redactie paraat houdt om uit te rukken na een bericht op de scanner van een spectaculair ongeluk. Het Europees Hof heeft op 9 september 2003 in een spraakmakend arrest bevestigd dat de wachtdiensten die deze werknemers in de buurt van hun werkplek doorbrengen ook tot arbeidstijd moet worden gerekend. Dit oordeel beperkt de maximaal toegestane tijdsduur van die wachtdiensten aanzienlijk.
De casus
De kwestie is aanhangig gemaakt door een arts-assistent die werkzaam is in een ziekenhuis in de Duitse stad Kiel. Hij verrichtte zes keer per maand een wachtdienst. Tijdens die dienst moest hij in het ziekenhuis aanwezig blijven en kon hij van een slaapkamer gebruik maken. Als vergoeding kreeg hij extra vrije tijd en extra salaris. De wachtdiensten volgden na de normale werktijd en duurden op werkdagen 16 uur en in de weekenden 25 uur. De arts-assistent betoogde voor de Duitse rechter dat zijn wachtdiensten ook tot arbeidstijd moeten worden gerekend. Hiermee wilde hij bereiken dat hij minder hoefde te werken, dus meer vrije tijd overhield. Omdat de Duitse rechter het niet zeker wist, vroeg deze aan het Europees Hof van Justitie naar de uitleg van de speciaal hierop gerichte Europese richtlijn. Het Hof stelde de arts-assistent in het gelijk. De tijdsduur van zijn wachtdiensten moet worden gerekend als arbeidstijd, ook indien de betrokken werknemer gedurende die wachttijd niet daadwerkelijk zijn beroepsmatige werkzaamheden verricht, maar gedurende die wachtdienst in de buurt van zijn werkplek mag slapen.
Beschikbaarheid
Het Hof heeft haar oordeel gebaseerd op de uitleg van een specifieke Europese richtlijn. Deze richtlijn, uitgevaardigd in 1993, heeft ondermeer tot doel de arbeids- en rusttijden in de wetgeving van de Europese lidstaten te harmoniseren. Deze harmonisatie beoogt een betere bescherming te bieden voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers door met name de minimale dagelijkse en wekelijkse rusttijden en voldoende pauzes te waarborgen en door een maximum voor de duur van de werkweek te bepalen. In 2000 heeft het Hof in het arrest Simap al uitgemaakt dat tot arbeidstijd tevens is te rekenen de tijd waarin de werknemer slechts ter beschikking van de werkgever staat. De opgelegde verplichting om met het oog op het verrichten van beroepswerkzaamheden op de werkplek aanwezig en beschikbaar te zijn, staat naar het oordeel van het Hof gelijk aan het uitoefenen van die werkzaamheden.
In de buurt
Uit het recente arrest is op te maken welk criterium het Hof als onderscheidend aanmerkt. Doorslaggevend bij de beantwoording van de vraag of een wachtdienst tot arbeidstijd is te rekenen, is namelijk of de werkgever gedurende die wachttijd aanwezigheid van de werknemer in de buurt van de werkplek verlangt. Indien de werknemer wel bereikbaar moet zijn, maar zich niet noodzakelijkerwijs in de buurt van zijn werkplek hoeft op te houden, kan hij zijn vrije tijd immers vrijer besteden en zich wel met zijn eigen zaken bezighouden. In tegenstelling tot de situatie waarin de werknemer zich beschikbaar moet houden in de buurt van zijn werkplek, is daarom de situatie waarin de werknemer zich voor zijn bereikbaarheid uitdrukkelijk niet in de buurt van zijn werkplek hoeft op te houden, maar van zijn werkgever thuis mag doorbrengen, wel uitsluitend de tijd die is verbonden met het daadwerkelijk verrichten van werkzaamheden als arbeidstijd te beschouwen. Of de werkgever de werknemer in de gelegenheid stelt tijdens de wachtdienst te slapen, is naar het oordeel van het Hof dus geheel niet relevant.
Arbeidstijdenwet
Naar verwachting zal deze uitspraak van het Europese Hof gevolgen hebben voor de Nederlandse situatie. In Nederland zijn de maximale arbeids- en minimale rusttijden die in acht moeten worden genomen, geregeld in de Arbeidstijdenwet. De meeste brandweerkorpsen en ziekenhuizen zijn er steeds van uitgegaan dat wachtdiensten als rusttijden konden worden beschouwd. Met het besproken arrest van het Europees Hof in de hand is dat hoogstwaarschijnlijk een verkeerde veronderstelling geweest. Dat zal tot gevolg hebben dat werknemers met wachtdiensten in de buurt van hun werkplek, minder zullen hoeven te werken. Anders worden immers de maximale arbeidstijden en minimale rusttijden overschreden, hetgeen een strafbaar feit voor de werkgever oplevert. Een voor de betrokken werknemers nadelig gevolg zal zijn dat hun werkgevers van hen gedurende hun wachtdiensten een intensievere deelname aan het arbeidsproces zullen verlangen, zoals deelname aan oefeningen of het volgen van scholing.
Nieuwe wetgeving
Na dit arrest heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid erkend dat de Nederlandse regelgeving moet worden aangepast. Welke aanpassingen er zullen komen, is echter nog niet bekend. Ze zullen in ieder geval met zich meebrengen dat bijvoorbeeld bij de brandweer en in de ziekenhuizen extra werknemers aangetrokken moeten worden en dat de arbeidskosten in die sectoren zullen toenemen. Ter voorkoming daarvan bepleit de minister in Brussel om de besproken Europese richtlijn uit 1993 aan te passen, zodat de Nederlandse situatie toch kan blijven voortbestaan. Het is echter maar de vraag of de minister daarin zal slagen. De verwachting is in ieder geval dat een dergelijke aanpassing van de Europese regels nogal wat jaren op zich zal laten wachten. Het ziet er daarom naar uit dat Nederland niet onder toepassing van de besproken Europese richtlijn, zoals door het Europees Hof nader uitgelegd, uitkomt.










