Het verbieden van concurrerende activiteiten ondanks ontbreken concurrentiebeding
"Mijn bedrijf importeert, distribueert en verkoopt satellietontvangstsystemen in de Benelux. Daarnaast ontwikkelen wij in eigen beheer nieuwe producten. Eén van mijn verkoopmanagers, die de beschikking had over ons volledige klantenbestand, heeft zijn dienstbetrekking opgezegd. Hij is voor zichzelf begonnen. Nu blijkt hij in de maanden voorafgaande aan zijn opzegging reeds voorbereidingen te hebben getroffen. Niet alleen wist hij onmiddellijk een kant en klaar bedrijfspand te betrekken, maar tevens zond hij potentiele klanten, waaronder mijn eigen vaste klanten gericht een wervende brochure van zijn nieuw geopende bedrijf. Toen hij destijds bij mij in dienst trad, weigerde hij om een concurrentieverbod te ondertekenen. Kan ik nu nog een spaak in het wiel steken?" Het antwoordt hierop luidt ja.
Het concurrentiebeding blijft onverminderd een hot item. Een vorige regering diende een wetsvoorstel in om het gebruik van het concurrentiebeding aan banden te leggen. Deze is later weer ingetrokken. Ondertussen ontmoedigt de Europese wetgever belemmeringen tegen het vrije werknemersverkeer. Ook zonder dat u van tevoren een concurrentieverbod heeft bedongen kunt u echter onrechtmatige concurrentie van uw voormalige medewerkers verhinderen. De werknemer die zijn arbeidsovereenkomst opzegt en elders concurrerende activiteiten opzet, kan namelijk ook zonder de aanwezigheid van een schriftelijk overeengekomen concurrentieverbod onrechtmatig jegens u handelen. Tegen dergelijke acties kunt u achteraf alsnog via de rechter een verbod vorderen, waarvan u de naleving onder dreiging van een dwangsom kunt afdwingen.
Zorgvuldigheidsverplichting
In juridische termen heeft een werknemer die afscheid van zijn werkgever heeft genomen en met wie de arbeidsovereenkomst daarmee een einde heeft genomen zogenoemde "postcontractuele zorgvuldigheidsverplichtingen". Dat wil zeggen dat uw werknemers na het einde van de arbeidsovereenkomst zorgvuldig dienen te blijven omgaan met de bedrijfsgegevens en -eigendommen die hen tijdens hun dienstverband zijn toevertrouwd. De interessante vraag is wat er voor nodig is om de rechter te laten vaststellen dat uw werknemer na beëindiging van het dienstverband jegens u in strijd handelt met zijn postcontractuele zorgvuldigheidsverplichtingen. Over deze vraag zijn in het verleden regelmatig voor de rechter conflicten uitgevochten waarvan de rechterlijke uitspraken zijn gepubliceerd.
Zo is er het geval van de glazenwasser in loondienst, die voor zichzelf begint. Hij kent het volledige cliëntenbestand en inde op vaste tijdstippen de verschuldigde bedragen. Er is geen concurrentiebeding. De rechter stelt tot uitgangspunt dat het de werknemer in beginsel vrij staat in vrije concurrentie met zijn vorige werkgever activiteiten als glazenwasser te ontplooien, nu hij niet door enig concurrentiebeding ten opzichte van zijn vorige werkgever is gebonden. "Vraag is slechts of er bijzondere omstandigheden zijn, die zulks in de gegeven situatie toch onrechtmatig doen zijn." De rechter concludeert dat van dergelijke bijzondere omstandigheden sprake is. Hij acht het aannemelijk dat de werknemer na zijn vertrek gebruik bleef maken van het adressenbestand van zijn voormalige werkgever, zijn klanten bleef bedienen alsof er niets aan de hand was en die klanten lagere prijzen berekende, "daarmee kennelijk pogend te bevorderen dat zij het cliëntenbestand aldus aan hun bedrijf konden binden". De vertrokken medewerker krijgt daarom het rechterlijke bevel zich te onthouden van mededelingen die het bedrijf van zijn vorige werkgever schade kunnen toebrengen. Tevens dient hij zich gedurende een half jaar te onthouden van glazenwassersactiviteiten in de wijken waar ook zijn voormalige werkgever actief is. Elke overtreding van dit bevel kost hem 1000 gulden.
Een handelsonderneming in plantuien ontslaat zijn adjunct-directeur op staande voet. Hij begint vervolgens voor eigen rekening en risico in plantuien te handelen. De vertrokken medewerker benadert stelselmatig de klanten van de handelsonderneming en bewerkt hen. De omzet van de handelsonderneming daalt vervolgens aantoonbaar scherp. De vertrokken adjunct-directeur weigerde destijds bij zijn indiensttreding een concurrentieverbod te ondertekenen. De rechter stelt voorop dat de vertrokken adjunct-directeur in het algemeen niet het recht kan worden ontzegd zijn ervaring en goodwill aan te wenden in een door hem op hetzelfde gebied op te richten onderneming. Wel acht de rechter het in strijd met "de in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid" dat de vertrokken adjunct-directeur de vaste klanten van zijn voormalige werkgever beweegt voortaan met hem zaken te doen "daarbij profiterend van zijn vroegere positie". De rechter gebiedt de vertrokken adjunct-directeur "zich met onmiddellijke ingang te onthouden van het op welke wijze dan ook telefonisch dan wel schriftelijk, direct of indirect, onderhouden en opnemen van contacten met bestaande klanten en relaties" van zijn voormalige werkgever. Overtreding van dit gebod zal worden bestraft met een dwangsom van 50.000 gulden.
Bijkomende omstandigheden
De beantwoording van de vraag of een werknemer die niet aan een concurrentiebeding is gebonden zich schuldig maakt aan onrechtmatig handelen door bij een concurrent in dienst te treden of zelf concurrerende activiteiten te ontplooien, zal steeds afhangen van bijzondere bijkomende omstandigheden. Van bijzondere bijkomende omstandigheden zal volgens vaste rechtspraak bijvoorbeeld sprake zijn "indien hij gedurende een bepaalde periode na einde dienstverband stelselmatig klanten en relaties van zijn vorige werkgeefster probeert af te nemen, daarbij gebruik makend van de bij werkgeefster verworven speciale kennis en gegevens voor zijn bedrijfsdebiet".
Voor u als werkgever zal in de praktijk de bewijst een probleem kunnen vormen. U zult immers het actief benaderen van uw vaste relaties door uw werknemer moeten kunnen aantonen. Bij een relatiebeding zal dat overigens niet anders zijn. De concurrerende werknemer zal immers veelal ontkennen dat hij uw klanten actief heeft benaderd en op zijn beurt stellen dat uw klanten zich spontaan tot hem hebben gewend. Een enkele uitspraak leert dat verklaringen van ingeschakelde detectives niet in alle gevallen zoden aan de dijk zet, maar dat zal eerder uitzondering dan regel zijn. Ook wervende brochures gericht aan uw vaste relaties of verklaringen van uw vaste relaties dat zij op actieve wijze door uw vertrokken werknemer zijn benaderd, kunnen tot dergelijk bewijs worden gerekend.
Beding concurrentieverbod
U ziet dat u niet aan de goden bent overgeleverd indien u om welke reden ook geen concurrentieverbod met uw werknemers overeen bent gekomen. Ook dan dienen uw werknemers zich na hun vertrek te onthouden van het actief benaderen van uw klanten en van het doen van onware mededelingen over uw bedrijf. Desalniettemin is het nadrukkelijk schriftelijk overeenkomen van een concurrentieverbod als het even kan het verstandigste. U voorkomt daarmee deze lastige bewijsproblemen.









