Wangedrag werkgever stelt concurrentieverbod buiten werking
Onheuse bejegening van de werkgever kan voor de werknemer aanleiding zijn om onder de werking van een concurrentiebeding uit te komen. Het Gerechtshof Arnhem deed over een dergelijk geval op 4 januari 2004 een illustratieve uitspraak. Deze beschrijft kleurrijk waarom de betrokken werkgever te ver gaat bij het publiekelijk aan de schandpaal knopen van zijn werknemer.
De casus. De werknemer, Van de Kasteel, is werkzaam als verkoper. Hij heeft bij zijn indiensttreding ingestemd met een concurrentiebeding. Halverwege het dienstverband begint zijn werkgever, Exakta, hem onheus te bejegenen "in woord en geschrift". De werknemer moet ook zijn auto inruilen voor een "mindere" auto tot het moment waarop zijn omzetcijfers weer beter worden "om hem zodoende publiekelijk te diskwalificeren". Voor straf in verband met een te lage omzet betaalt de werkgever bovendien zijn salaris over december 2002 pas in januari 2003 uit. In het voorjaar van 2003 degradeert de werkgever de werknemer tot "verkoper B". De werkgever stuurt voorts "als groepsfax" berichten aan alle verkopers om hen "als speciaal ontwikkelde methode" aan te sporen tot grotere prestaties. Volgens de werkgever zouden de uitlatingen daarin over de prestaties van individuele verkopers zoals die van de betrokken werknemer moeten worden vergeleken met de peptalk van een voetbaltrainer tegen zijn elftal in de pauze, "als het team achterstaat". De uitlatingen hierin moeten volgens de werkgever met een korreltje zout worden genomen en niet persoonlijk worden opgevat.
De werknemer in deze casus vat het alles bij elkaar echter wel persoonlijk op. Bij de bekende druppel die zijn emmer doet overlopen, zegt hij zijn dienstverband op. Bij die opzegging houdt de werknemer netjes rekening met de overeengekomen opzegtermijn.
Schadeplichtig
Bij de Kantonrechter vordert de werknemer de vernietiging van het overeengekomen concurrentiebeding. De Kantonrechter wijst zijn vorderingen af en veroordeelt de werknemer in de proceskosten. Hiertegen komt hij in hoger beroep. Het Gerechtshof wijst de vorderingen van de werknemer wel toe.
De reden dat de kantonrechter de vordering van de werknemer tot vernietiging van het concurrentiebeding afwijst is een juridische. De werknemer had zijn dienstverband namelijk niet opgezegd met onmiddellijk ingang wegens dringende reden (oftewel door zelf ontslag op staande voet te nemen). De wet schrijft namelijk expliciet voor dat een concurrentiebeding buiten werking blijft als een dergelijk onmiddellijke ontslagname rechtsgeldig is genomen, want daarmee wordt de werkgever jegens de werknemer "schadeplichtig". Omdat echter de werknemer zijn dienstverband op reguliere wijze heeft opgezegd, is volgens de Kantonrechter geen sprake van een ontslag dat tot de schadeplichtigheid van de werkgever leidt.
Het Gerechtshof is het op zichzelf met deze juridische redenering van de kantonrechter eens. Volgens het Gerechtshof ziet de Kantonrechter echter wel een ander belangwekkend juridisch gegeven over het hoofd. Dat maakt dat de uitspraak van de kantonrechter geen stand kan houden en wordt "vernietigd".
Ongepast en beledigend
Allereerst stelt het Gerechtshof daartoe vast "dat de uitlatingen van Exakta als volstrekt ongepast en beledigend moeten worden gekwalificeerd. Dat Van de Kasteel deze verwijten en beschuldigingen persoonlijk heeft opgevat en zich daardoor gekwetst heeft gevoeld is begrijpelijk. Het feit dat deze wijze van communiceren kennelijk bedoeld is om de verkopers aan te sporen doet daar niet aan af. Dat doel heiligt niet alle middelen."
Aan de hand van deze vaststelling kwalificeert het Gerechtshof de feiten "als het opzettelijk en systematisch beledigen en degraderen van een werknemer door een werkgever." Dat gedrag is in strijd met de wettelijk vastgelegde algemene norm van goed werkgeverschap. Niet voor niets is wettelijk vastgelegd dat de werknemer bij dergelijk gedrag ontslag op staande voet mag nemen. Bovendien is niet voor niets in de Arbeidsomstandighedenwet vastgelegd dat de werkgever de werknemer dient te beschermen tegen agressie en geweld, die de wet nader omschrijft als "voorvallen waarbij de werknemer psychisch wordt lastig gevallen". Exakta heeft hiermee een algemeen aanvaarde norm overschreden. "Dit handelen moet zozeer in strijd met een goed werkgeverschap worden geacht dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Exakta een beroep doet op het concurrentiebeding".
Commentaar
Deze uitspraak past in een recente reeks van rechterlijke uitspraken waarbij paal en perk wordt gesteld aan misdragingen op de werkvloer. De uitspraak past bovendien in de maatschappelijke behoefte naar fatsoenlijke omgangsvormen in het maatschappelijk verkeer. Ogenschijnlijk ingeslapen wetsbepalingen die daarbij een rol kunnen spelen, worden hierbij opgepoetst en zijn door advocaten en rechters van stal gehaald om hun argumenten kracht bij te zetten. De hier besproken uitspraak is daarbij illustratief en daarom waarschijnlijk geen eendagsvlieg.
Behalve dat het Gerechtshof in deze uitspraak paal en perk stelt aan beledigend gedrag van de werkgever, illustreert deze de onbeholpenheid waarmee de betrokken werkgever poogt de prestaties van zijn werknemers te stimuleren. Het is echter niet zo dat deze uitspraak werkgevers lelijk in de wielen rijdt bij het hanteren van instrumenten om de prestaties van hun werknemers te verbeteren. Er zijn immers genoeg moderne middelen die wel acceptabel worden gevonden, zoals werken met prestatiebeloning. Bovendien zijn regelmatige functionerings- en beoordelingsgesprekken de plaats waar kritiek in de vorm van constructieve dialoog kan worden besproken. De tijd ligt achter ons dat werknemers daarentegen aan de spreekwoordelijke openlijke schandpaal kunnen worden genageld, voorzien van systematische mondelinge en schriftelijke intimidatie.










