CAO-afspraken kunnen verlenging werkweek blokkeren
Verlenging van de 36-urige werkweek staat volop in de belangstelling. Het is een van de manieren waarop ondernemingen proberen hun productiviteit zonder noemenswaardige extra kosten te vergroten en uit een eventuele gevarenzone te komen. Bij Smaed mislukt die verlenging. Ondanks dat de meeste medewerkers van 2 van de 3 vestigingen met verlenging zonder compensatie instemmen, steken de vakbonden een spaak in het wiel. Zij krijgen in kort geding de rechter met zich mee. De toepasselijke CAO-afspraken blijken hier het roet in het eten te gooien.
De casus
Smead is een onderneming die zich bezighoudt met het vervaardigen van ordners met een metalen mechanisme, opbergmappen en hangmappen. Zij heeft vestigingen in Hoogezand, Reuver en Coevorden. Vanwege slechte bedrijfsresultaten stelt de directie aan haar medewerkers voor om de wekelijkse arbeidsduur zonder enige vorm van compensatie te verlengen van 36 uur naar 40 uur. De meeste medewerkers in Hoogezand en Reuver stemmen daarmee in. De meeste medewerkers van de vestiging Coevorden onthouden hun toestemming aan het voorstel.
De vakbonden FNV en CNV dagen Smead voor de kort geding rechter, tegenwoordig Voorzieningenrechter genoemd. Zij vragen hem om Smead te verbieden dat haar medewerkers binnen de vestigingen Hoogezand en Reuver meer arbeidsuren zullen verrichten dan de normaal gemiddelde arbeidsduur zoals voorgeschreven in de CAO Grafimedia, die 36 uur bedraagt. Bij overtreding verlangen ieder van de beide vakbonden een dwangsom van 5000 euro. Daarnaast vorderen de beide vakbonden 10.000 euro als voorschot op schadevergoeding wegens verlies aan vertrouwen en prestige.
CAO van toepassing
De Voorzieningenrechter oordeelt eerst over de vraag of in deze kwestie de CAO Grafimedia van toepassing is. Smaed betwist dat namelijk. Volgens haar verricht de vestiging in Hoogezand andere activiteiten dan waarvoor de CAO is geschreven. De voorzieningenrechter hecht weinig waarde aan dat verweer. Hij stelt vast dat Smead "zelf in een lengte van jaren zich kennelijk heeft beschouwd als een grafisch nabewerkingsbedrijf (zij was immers tot voor kort lid van het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen) en zij die toepasselijkheid in het overleg met haar ondernemingsraad kennelijk ook steeds tot uitgangspunt heeft genomen".
Volgens de Voorzieningenrechter vloeit uit de CAO Grafimedia voort dat "het doen verrichten van arbeid gedurende meer uren dan gemiddeld 36 uur per week niet is toegestaan". Smead voert daar tegen aan dat haar medewerkers hebben ingestemd met de invoering van een werkweek van 40 uur. Die vlieger gaat echter niet op. De CAO Grafimedia is algemeen verbindend verklaard. Volgens de wet zijn bedingen in strijd met bepalingen van een CAO die algemeen verbindend is verklaard "nietig". "Elke afwijking afwijking van de CAO die een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden inhoudt, is namelijk niet toegestaan. (..) De bescherming van werknemers dwingt tot het strikt handhaven van deze regel: gelet op de ongelijke posities is op bedrijfsniveau de werknemer immers veelal niet als een serieuze onderhandelingspartner aan te merken. Er kan bezwaarlijk per werknemer of groep van werknemers onderzocht worden of in volle vrijheid - zonder misbruik van omstandigheden - een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden is overeengekomen Daarom moet de nietigheid van afwijkende afspraken ruim worden genomen: in beginsel altijd en overal". De Voorzieningenrechter wijst de vordering van de vakbonden dan ook toe. Hij veroordeelt Smead om terug te keren naar de 36-urige werkweek.
Wenselijkheid
Wel hecht de Voorzieningenrechter met zoveel woorden eraan uit te spreken dat zijn beslissing "geen oordeel inhoudt over de algemene aanvaardbaarheid of wenselijkheid van een kortere of langere werkweek." Zijn vonnis geeft "slechts" aan dat Smead niet de vrijheid heeft de arbeidstijd te verlengen eenvoudigweg omdat en zolang de toepasselijke CAO haar een 36-urige werkweek voorschrijft. "Het antwoord op de vraag of in een bepaald bedrijfstak of in een bepaald bedrijf de wekelijkse arbeidsduur dient te worden veranderd, is in dit kort geding niet aan de orde; dat antwoord zal eerst en vooral moeten worden geformuleerd in een samenspraak tussen de sociale partners."
Tot slot is het gevraagde voorschot van 10.000 euro aan de orde. De beide vakbonden stellen schade te hebben geleden. Deze bestaat volgens hen uit verlies aan vertrouwen en prestige bij haar leden en derden "nu zij ondanks alle inspanningen gedaagde nog niet heeft kunnen brengen tot het naleven van de CAO." De Voorzieningenrechter wijst aan de vakbonden het gevorderde voorschot op de schadevergoeding toe. "Nu gedaagde op een in het oog springende wijze in strijd heeft gehandeld met haar verplichting de CAO correct na te leven, heeft zij de bonden genoodzaakt daartegen op te treden. De aard van het belang van de bonden - te weten: nakoming van de CAO - brengt mee dat een inbreuk hiervan door gedaagde schade aan de bonden kan toebrengen." Hij voegt eraan toe dat het niet ongebruikelijk is om in kort gedingen een voorschot aan vakbonden toe te kennen als de naleving van een CAO op het spel staat.
COMMENTAAR
Wat leert ons deze uitspraak, die in de pers nogal wat stof heeft doen opwaaien? Op het eerste gezicht hebben de vakbonden met deze procedure een slag gewonnen. Het ziet er echter naar uit dat dit een pyrrusoverwinning zal zijn, dat niet meer dan uitstel van executie heeft opgeleverd. De uitspraak zal de werkgevers immers er niet van hoeven te weerhouden om bij de eerstvolgende CAO-onderhandelingen de lengte van de overeen te komen gemiddelde werkweek vrij te laten. Of de minister moet wat minder scheutig worden met het algemeen verbindend verklaren van CAO's, zoals hij heeft aangekondigd. Daarna staat de weg vrij om met individuele medewerkers over de lengte van de werkweek en de bijbehorende beloning afzonderlijke afspraken te maken, die (pas) dan een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden mogen inhouden.
Verder moet worden opgemerkt dat werkgevers die niet aan een CAO zijn gebonden niets van deze uitspraak hebben te vrezen. Bij Smead staan immers bindende CAO-afspraken aan verlenging van de collectief overeengekomen werkweek van 36 uur in de weg. Werkgevers zonder CAO-binding staat het zondermeer vrij met hun individuele werknemers nieuwe afspraken te maken over de duur van de werkweek en de bijbehorende beloning. Zij hebben dan nog wel wat hindernissen te nemen, maar die zijn niet onoverkomelijk.










