Het treffen van een beeindigingsregeling kan al bij het sluiten van het arbeidscontract !
"Wij zijn de aandeelhouders van een besloten vennootschap. Voor de directievoering ervan zijn wij op zoek geweest naar een statutair directeur. Wij lijken een geschikte kandidaat gevonden te hebben. Nu zijn we met elkaar in onderhandeling over de contractuele voorwaarden. Een van de bespreekpunten is dat de kandidaat van tevoren in de arbeidsovereenkomst een afvloeiingsregeling opgenomen wil zien. Wij vragen ons af wat de juridische waarde is van zo'n beding."
De juridische positie van een statutair directeur is een verhaal apart. Zo biedt de wet anders dan bij een 'gewone' werknemer de statutair directeur minder juridische ontslagbescherming. Voor de opzegging van het dienstverband met de statutair directeur hoeft bijvoorbeeld geen ontslagvergunning aangevraagd te worden. Eenmaal ontslagen kan de gewezen statutair directeur in tegenstelling tot de 'gewone' werknemer bovendien geen herstel van de dienstbetrekking vorderen. Deze uitgeklede ontslagbescherming kan een voorname reden zijn om reeds van tevoren een beeindigingsregeling overeen te komen voor de situatie dat ontslag onvermijdelijk zal zijn.
Calculeerbare risico's
Hiermee is niet gezegd dat de statutair directeur geen enkele wettelijke ontslagbescherming heeft. Ook het ontslaan van een statutair directeur dient namelijk met de nodige omzichtigheid te gebeuren. Zo dient voor de besluitvorming over het ontslag eerst een aandeelhoudersvergadering te worden belegd waarin de statutair directeur over het voornemen van het ontslag dient te worden gehoord. Als dergelijke formaliteiten niet correct plaatsvinden kan zijn ontslag achteraf nietig worden verklaard. Daarnaast kan de ontslagen directeur bij de rechtbank een bodemprocedure voeren indien hij van mening is dat u onvoldoende rekening heeft gehouden met de financiele gevolgen van zijn ontslag of als het ontslag in zijn ogen om andere redenen 'kennelijk onredelijk' is. Het voorkomen van een dergelijke onzekere juridische strijd kan ook een reden zijn om calculeerbare risico's van tevoren in een beeindigingsregeling af te dekken.
Het wettelijk systeem gaat ervan uit dat partijen binnen de grenzen van de wet vrij zijn in wat zij overeen wensen te komen. In het arbeidsrecht is dat niet anders. De arbeidswetgeving stelt geen beperkingen aan de mogelijkheid dat partijen bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst van tevoren een beeindigingsregeling opnemen. Er is dan ook op zichzelf geen juridisch bezwaar tegen het bedingen van een dergelijke regeling.
Adder onder het gras
Er is echter wel een adder onder het gras waarmee u bij uw verwachtingen rekening moet houden als u een dergelijke beeindigingsregeling bent overeen gekomen. De rechter acht zich er namelijk niet per definitie aan gebonden. Dat hoeft wettelijk gezien ook niet. De specifieke omstandigheden van het geval kunnen maken dat bij een conflict dat tegenover de rechter moet worden uitgevochten de rechter toch zijn eigen beoordelingsmaatstaf mag volgen. De toepassing van de kantonrechtersformule blijft daarbij doorgaans zijn richtsnoer.
Alternatief
Een alternatieve vorm van een beeindigingsregeling kan worden gevonden in het overeenkomen van een langere dan de wettelijke opzegtermijn. Nadat opzegging door de aandeelhoudersvergadering van het dienstverband heeft plaatsgevonden, houdt de statutair directeur immers nog aanspraak op doorbetaling van zijn salaris gedurende die opzegtermijn. Daarbij is de kans aanwezig dat de ontslagen statutair directeur voortijdig een andere dienstbetrekking vindt. Een langere uitwerkperiode kan een ontslag in de ogen van de rechtbank minder snel kennelijk onredelijk maken.
U ziet dat het op zichzelf geen bezwaar is om van tevoren met uw statutair directeur een beeindigingsregeling te treffen. Dat is op zichzelf ook geen vreemde juridische eend in de bijt. Zo kan bij het sluiten van een huwelijk of het gaan samenwonen ook op de juridische gevolgen van een relatiebreuk worden geanticipeerd door het sluiten van huwelijkse voorwaarden of een samenleefcontract. Het rekening durven houden met dergelijke breuken en dat van tevoren durven te bespreken kan op zichzelf van een vertrouwenwekkende onderlinge verhouding getuigen.










