Voor het opzeggen van een arbeidsovereenkomst is in veruit de meeste gevallen een ontslagvergunning nodig. Die vergunning moet worden aangevraagd bij het Centrum voor Werk Inkomen (CWI), vroeger geheten de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening.
Het CWI kan slechts op een beperkt aantal gronden een ontslagvergunning afgeven. Er moet sprake zijn van disfunctioneren, bedrijfseconomische omstandigheden, bedrijfsbeeindiging of voortdurende arbeidsongeschiktheid van tenminste 2 jaren.
Voordat het CWI tot een beslissing op de aanvraag overgaat, dient het eerst altijd de betrokken werknemer te horen. Bij een aanvraag tot verlening van een ontslagvergunning wegens bedrijfseconomische omstandigheden mag het CWI van een weerwoord van de werknemer afzien als de betrokken werknemer de zogenoemde "verklaring van geen bezwaar" heeft ondertekend.
Het is van belang dat de aanvraag van een ontslagvergunning zorgvuldig verloopt. De aanvraag dient grondig te zijn onderbouwd. Als eenmaal een aanvraag is ingediend, dreigen immers de verhoudingen met de werknemer verstoord te raken. Als de aanvraag dan wordt afgewezen, zijn de rapen gaar.
Bij een aanvraag wegens bedrijfseconomische omstandigheden bijvoorbeeld verlangt het CWI onder andere een recente resultatenrekening, een gespecificeerd overzicht van de werknemers die de werkgever in dienst heeft, een onderbouwing van de ancienniteit die in acht is genomen en een onderbouwde toekomstverwachting.
Een werknemer kan in zijn verweer verlangen dat het CWI aan de eventuele verlening van een ontslagvergunning voorwaarden verbindt. Een van die voorwaarden kan zijn dat de werkgever gedurende het eerstkomende half jaar geen andere werknemers in dienst mag nemen dan de werknemers voor wie ontslagvergunning is verleend.
Pas als een ontslagvergunning is verleend, kan de werkgever de officiele ontslagbrief de deur uit doen. Eerst dan gaat de opzegtermijn lopen. De duur van die opzegtermijn is de duur die tussen partijen overeen is gekomen. Als partijen geen opzegtermijn overeen zijn gekomen, geldt de wettelijke opzegtermijn. De opzegtermijn wordt met een maand bekort als door het CWI een ontslagvergunning is verleend, maar kan nooit minder dan een maand bedragen.
Afvloeiingsregeling
Zodra aan de arbeidsovereenkomst door het verstrijken van de opzegtermijn een einde is gekomen, zijn werkgever en werknemer doorgaans van elkaar verlost. Het is geen vanzelfsprekendheid dat de werkgever vervolgens verplicht is aan de werknemer een afvloeiingsregeling te betalen. Als de werknemer echter al heel wat jaren in dienst is geweest kan hij soms een vergoeding vorderen bij de Kantonrechter wegens "kennelijk onredelijke beeindiging". Het is voor de werkgever van belang zo'n vordering voor te zijn.









