Als werknemer zult u geinteresseerd zijn in de vraag of uw ontslag uw WW-uitkering in gevaar kan brengen. Als werkgever zult u wellicht willen weten of de werknemer die u wilt ontslaan voor een WW-uitkering in aanmerking komt. Indien de werknemer inschat dat hij voor een WW-uitkering in aanmerking komt, zullen de onderhandelingen over de beeindiging van het dienstverband immers een stuk eenvoudiger kunnen verlopen.
Grofweg gezegd loopt de WW-uitkering ondermeer gevaar indien de werknemer een zogenoemde "benadelingshandeling" verricht. Van zo'n benadelingshandeling kan sprake zijn indien de werknemer het ontslag aan zichzelf heeft te wijten. Dat is bijvoorbeeld het geval als de werknemer op staande voet is ontslagen. Ook kan de uitvoeringsinstelling tot de conclusie komen dat de werknemer zich te makkelijk bij een ontslag heeft neergelegd.
Als de uitvoeringsinstelling tot het oordeel komt dat de werknemer zich heeft schuldig gemaakt aan een benadelingshandeling dient zij een sanctie op te leggen. Die sanctie kan bestaan uit de onthouding van een WW-uitkering gedurende een tot zes maanden. In extreme situaties is algehele uitsluiting van de WW-uitkering mogelijk.
Heel in het algemeen gesteld, zal een ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden een WW-uitkering niet in gevaar brengen. Dan dienen uiteraard de door de werkgever gestelde beroerde bedrijfseconomische omstandigheden wel vast te staan, ondermeer blijkend uit gecontroleerde, recente jaarcijfers. Meestal zal de uitvoeringsinstelling bij deze ontslaggrond afgaan op het oordeel van het CWI bij het verlenen van de ontslagvergunning.
Als het dienstverband is beeindigd door middel van een ontbindingsbeschikking van de Kantonrechter zal de uitvoeringsinstelling bij de aanvraag voor de WW-uitkering de documenten willen hebben die aan die procedure ten grondslag liggen, te weten: het verzoekschrift, het verweerschrift en de eindbeschikking van de Kantonrechter. De uitvoeringsinstelling leunt bij haar oordeel of sprake is van een benadelingshandeling sterk (maar niet uitsluitend) op het oordeel van de Kantonrechter of aan een van de partijen in overwegende mate van de ontstane situatie een verwijt kan worden gemaakt.
Tegen een besluit van de uitvoeringsinstelling om een WW-uitkering geheel of ten dele te weigeren kan de werknemer bij de uitvoeringsinstelling bezwaar maken. Dat bezwaar dient hij binnen zes weken na datum van de afgegeven beschikking in te stellen, bij voorkeur aangetekend en met bericht van ontvangst. De uitvoeringsinstelling dient dan opnieuw te onderzoeken of tot het bestreden oordeel overgegaan had mogen worden. Indien de bedrijfsvereniging het bezwaar ongegrond verklaart, kan de werknemer in beroep gaan bij de Rechtbank.
Meer informatie over de wetgeving en het beleid van de uitvoeringsinstellingen zijn te vinden op de pagina van deze instantie. U komt op die pagina door op hier te klikken. De browser opent deze in een afzondelijke pagina, zodat u eenvoudig op deze webpagina kunt terugkeren.
De fictieve opzegtermijn
Bij de beeindiging van het dienstverband door ontbinding door de Kantonrechter zal de uitvoeringsinstelling de werknemer in ieder geval verplichten tot het aanwenden voorzover mogelijk van de verkregen ontbindingsvergoeding voor het overbruggen van de zogenoemde fictieve opzegetermijn. Die opzegtermijn is gelijk aan de opzegtermijn die de werkgever had moeten hanteren indien hij de arbeidsovereenkomst op reguliere wijze had opgezegd. Indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd door middel van een ontslagvergunning van het CWI of ontbinding door de Kantonrechter zal op de fictieve opzegtermijn een maand korting in mindering worden gebracht, alhoewel die nooit minder zal zijn dan een maand.
Het overbruggen van deze fictieve opzegtermijn kan geschieden door bijvoorbeeld met de werkgever overeen te komen dat hij die opzegtermijn naast de toe te kennen ontbindingsvergoeding vergoedt. Ook is het mogelijk in overleg met de werkgever de Kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst pas te ontbinden na ommekomst van de normaal in acht te nemen opzegtermijn.
Benodigde gegevens
Indien u door een deskundige advocaat bezwaar wilt laten maken tegen een besluit van de uitvoeringsinstelling zijn ten minste de volgende gegevens en documenten nodig:
- de beschikking van de uitvoeringsinstelling waarbij uw WW-aanvraag geheel of gedeeltelijk is afgewezen
- de beschikking van de Kantonrechter waarbij de arbeidsovereenkomst is ontbonden
- de ingediende versie van het verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst
- het ingediende verweerschrift tegen de verlangde ontbinding van de arbeidsovereenkomst
- het aanvraagformulier van uw WW-uitkering
- de correspondentie met uw werkgever die aan de beëindiging van uw dienstverband vooraf is gegaan









